Programma voorjaar 2018

Concerten

  • 5 april 2018  – Felixoord (besloten)
  • 15 april 2018 – Salvatorkerk Arnhem-zuid
  • 17 of 24 mei 2018 – Begraafplaats Heiderust, Rheden (verkort programma in de open lucht)
  • 3 juni 2018 – Tuin de lage Oorsprong, Oosterbeek (open lucht)

Programma:

Het thema is Toneelmuziek: muziek gecomponeerd voor, of gespeeld bij toneelstukken.

  • Beethoven – Egmont ouverture
  • Mendelssohn – Midzomernacht
  • Bizet – Arlésienne suites (selectie)
  • Schubert – Symfonie nr 8
  • Schubert – Entr’acte nr 1, Rosamunde

Beethoven, Ouverture Egmont

Egmont, opus 84, van Ludwig van Beethoven is een samenstelling van individuele muziekstukken voor het treurspel met dezelfde naam, geschreven door Johann Wolfgang von Goethe in 1787.

Het gehele stuk bestaat uit een ouverture gevolgd door negen stukken voor sopraan, mannelijke verteller, en een volledig symfonieorkest. De mannelijke verteller is optioneel, hij heeft geen rol in het treurspel en hij komt niet voor in alle opnames van de volledige toneelmuziek. Beethoven schreef het stuk tussen oktober 1809 en juni 1810 en het ging in première op 15 juni 1810.

Het onderwerp van de muziek en het dramatische verhaal is het leven en de heldenmoed van een 16e-eeuwse Zuid-Nederlandseedelman, de graaf Lamoraal van Egmont (1522 – 1568). Het werk werd gecomponeerd tijdens de Napoleontische oorlogen, op het moment dat het Franse rijk zijn dominantie over het grootste deel van Europa had uitgebreid. In de muziek voor Egmont sprak Beethoven zijn eigen politieke zorgen uit door de verheerlijking van het heroïsche offer van de graaf van Egmont. Deze werd ter dood veroordeeld voor het innemen van een dappere stelling tegen onderdrukking. De ouverture werd later een niet officieel volkslied van de Hongaarse opstand in 1956.

bron: wikpedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Egmont_(Beethoven)

Mendelssohn – Een Midzomernachtsdroom

Nova speelt 3 delen uit dit werk van Mendelssohn:

  • Intermezzo
  • Notturno
  • Ein tanz von Rüpeln

De Duitser Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847) was de kleinzoon van de beroemde Filosoof Moses Mendelssohn. Zijn vader was een succesvol bankier. De ouders van Felix hadden een goed oog voor de schone kunsten. Felix’ moeder, eveneens van goede komaf, las oude Griekse meesters in de oorspronkelijke taal en was verder verrukt van alles wat met muziek en beeldende kunst te maken had.

Mendelssohn ontving zijn eerste pianolessen van zijn moeder. Zij onderwees hem tevens in tekenen en schilderen. De jonge Felix kon goed met vreemde talen overweg. Aangemoedigd door zijn moeder ging hij regelmatig naar het buitenland om zijn talen te leren, maar tevens om indrukken op te doen voor muziekwerken. Denk hierbij aan zijn werken de ouverture Hebriden en de Schotse en Italiaanse symfonie. Behalve componist werd Mendelssohn organist, pianist en een beroemd dirigent.

Een Midzomernachtdroom (A Midsummer Night’s Dream) is een komedie geschreven door William Shakespeare (1564 – 1616). Het stuk werd in 1600 gepubliceerd. Het verhaal werd de inspiratiebron voor menig toneelstuk, film, muziekstuk, opera etc. Het verhaal vertelt over de avonturen van vier geliefden, een aantal amateur acteurs alsmede feeën in een bos dat verlicht is door de maan.

Felix en zijn zusje Fanny waren nog kinderen toen zij aan de slag gingen met Shakespears Midzomernachtsdroom. Zij vertaalden het, schreven er muziek bij en studeerden het vierhandig in. Vader Abraham organiseerde een tuinfeest waar het ten doop werd gehouden. Niet veel later, toen Felix zeventien jaar oud was, orkestreerde Felix het sprookjesstuk onder de naam Ouverture Midzomernachtsdroom. Muziek vol geheimzinnigheid vol droom en elfensfeer. Het werd het eerste meesterwerk van een jonge veelbelovende componist. Vijftien jaar later gebruikte hij deze ouverture voor zijn complete toneelmuziek Midzomernachtsdroom. Veelal wordt alleen de ouverture uitgevoerd, en wie kent niet de overbekende Bruiloftsmars. Een complete uitvoering bestaat uit 14 delen. Behalve het symfonieorkest treedt er een verteller op, zingt een sopraan, een mezzosopraan en een vrouwenkoor.

bron: klassiekmuziek.tv: http://klassiekemuziek.tv/mendelssohn-midzomernacht/

Bizet – Delen uit Arlesienne suite 1 en 2

  • Suite 1: Minuetto
  • Suite 1: Carillon
  • Suite 2: Intermezo

De ster van de Fransman George Bizet (1838 – 1875) is pas na zijn dood gaan rijzen. Zijn leven lang vocht hij voor erkenning als operacomponist. Maar na een aanvankelijk gelukkige start als zeventienjarige componist met zijn sprankelende Symfonie in C leek hoop op verder succes volledig tenietgedaan.

De eerste opera waar hij enig opzien mee baarde, was de met sentiment en zoetgevooisde Parelvisser met de tophits Au fond du temple saint en Je crois entendre encore. Deze opera is altijd in de schaduw blijven staan van het absolute meesterwerk Carmen, het muziekverhaal van het ondeugende zigeunerinnetje dat haar liefde verdeelde tussen soldaten en een toreador en dat de liefdesperikelen moest bekopen met de dood. Toen Bizet goed en wel begraven was, brak het succes van Carmen wereldwijd door.

Bizet componeerde de begeleidingsmuziek bij het toneelstuk L’Arlésienne (het meisje van Arles) van de schrijver Alphonse Daudet. Het verhaal gaat over een jonge boer die hopeloos verliefd is op het meisje van Arles. Zij is echter bezet. De jongen trouwt uiteindelijk met een vrouw die al een tijd gevoelens voor hem heeft. De vlam voor het meisje van Arles is bij lang na niet uitgedoofd. Het liefdesdrama eindigt met de zelfmoord van de jongen.

Bizet componeerde maar liefst dertig melodieën voor het toneelstuk. Later werden de stukken geselecteerd en bleven er uiteindelijk twee suites over. Vooral de tweede, de meest uitgevoerde, zit barstensvol exotische melodieën zoals we die later aantreffen in de onvolprezen operakraker Carmen.

L’Arlésienne werd in 1872 voor het eerst opgevoerd. De première in Parijs was allerminst een succes. Het stuk verdween van het repertoire maar is later weer op de lessenaars gezet. Het toneelstuk zelf lijkt echter van het podium verdwenen.

Bron: Klassiekmuziek.tv: http://klassiekemuziek.tv/bizet-larlesienne/

Schubert – Symfonie nr 8

De symfonie kent twee delen:

  1. Allegro moderato
  2. Andante con moto

Van een gepland 3e deel (Scherzo (Allegro) – Trio) heeft Schubert alleen de eerste 20 maten georkestreerd. Het als klavieruittreksel genoteerde particel van dit deel breekt af in de 16e maat van het Trio.

Schubert werkte in 1822 aan de symfonie. Waarom hij op een gegeven moment stopte met het werken aan deze compositie, die zoals gebruikelijk vier delen zou gaan bevatten, is niet bekend. Wel heeft Schubert de twee delen in 1823 aangeboden aan de Steiermärkischen Musikverein als “een van mijn symfonieën in partituur”, wat erop wijzen kan dat Schubert zelf het in tweedelige vorm wellicht toch als voltooid beschouwde. Het werk raakte aanvankelijk in de vergetelheid en beleefde zijn première pas op 17 december 1865, toen Johann von Herbeck het in de Hofburg in Wenen uitvoerde.

De nummering van Schuberts latere symfonieën is verwarrend. Omdat in de 19e eeuw de later ontstane Grote Symfonie in C-majeur (D944) al als nummer 7 was gepubliceerd, kreeg de Unvollendete het nummer 8. De Grote staat echter doorgaans bekend als nummer 9 en voor een veronderstelde, verdwenen Gmunden-Gasteiner Symfonie (die waarschijnlijk nooit bestaan heeft of toch D944 was) werd het nummer 7 opengehouden. Met dat nummer wordt echter ook wel een andere onvoltooide symfonie in E (D729) aangeduid. In de nieuwste editie uit 1978 van de Deutsch-Verzeichnis worden deze “7e” symfonieën niet in de nummering opgenomen, waardoor de Unvollendetenummer 7 werd en de Grote nummer 8. De traditionele aanduiding “Symfonie nr. 8” voor de Unvollendete wordt echter ook nog vaak gebruikt.

De reden waarom de symfonie ‘onvoltooid’ bleef, is tegenwoordig nog onderwerp van vele studies en twistpunt tussen musicologen. Er is een theorie die stelt dat Schubert geen noodzaak zag voor een derde en vierde deel, omdat hij alles al in de eerste twee delen had samengebald en hij tot het inzicht kwam dat de compositie in zijn compacte vorm een volmaakte eenheid vormde. Dit zou betekenen dat Schubert op dat moment brak met de vaste structuur van de drie- of vierdelige symfonische traditie, wat als brug tussen klassieke tijd en romantiek gezien zou kunnen worden.

Deze theorie is echter sterk omstreden. Schubert heeft meer symfoniedelen onvoltooid gelaten: er bestaan dertien fragmenten die bedoeld kunnen zijn voor nog vier andere symfonieën (D615, D708A, D729 en D936A), in diverse stadia van voltooiing en orkestratie. Zijn werkwijze was niet altijd ordelijk of systematisch. Men veronderstelt dat hij diverse malen is begonnen aan een symfonie waarvan de muziek onafgemaakt is blijven liggen, bijvoorbeeld omdat hij iets anders moest laten voorgaan of omdat hij ontevreden was over het concept, misschien zelfs simpelweg omdat zijn hoofd er niet naar stond. Zo zou het ook bij deze symfonie gegaan kunnen zijn.

Pogingen tot voltooiing

In 1928, ter gelegenheid van de 100e sterfdag van Schubert organiseerde de Columbia Grammophone Company in Engeland een wedstrijd om de symfonie te voltooien. Pianist Frank Merrick won deze wedstrijd, en zijn Scherzo en Finale werden uitgevoerd en opgenomen. Deze twee delen raakten echter in de vergetelheid. Recenter, rond 1980, heeft de Britse musicoloog Brian Newbould een andere voltooiing voorgesteld, waarin hij Schuberts eigen schetsen van het scherzo (het trio moest gecompleteerd worden) en de entr’acte muziek uit de toneelmuziek voor Rosamunde verwerkte.

De entr’acte muziek van Rosamunde is door enige musicologen lange tijd gezien als de bedoelde finale van de symfonie. De toonsoort b-mineur komt overeen, de instrumentatie is identiek, en de muzikale sfeer sluit goed aan bij de twee delen van de symfonie. Indien deze entr’acte muziek werkelijk de Finale zou zijn, heeft Schubert dit deel waarschijnlijk losgekoppeld van de symfonie en het voor andere doeleinden in Rosamunde gebruikt. Ook dat kan een reden geweest zijn waarom hij de symfonie verder onvoltooid heeft laten liggen.

bron: wikipewdia https://nl.wikipedia.org/wiki/Symfonie_nr._8_(Schubert)

Schubert – Entr’acte nr 1 Rosamunde

De jaren 1822 en 1823 waren slechte jaren voor de Oostenrijker Franz Schubert (1797-1828). Hij was regelmatig ziek en moest door een hevige huiduitslag zijn hoofd volledig kaal scheren om de eerste tijd met een pruik door te brengen. Niet alleen de huiduitslag kwelde Schubert, ook voelde hij zich in die periode lusteloos en moe. Misschien waren dit de redenen dat hij zakelijke vergissingen beging: gewiekste uitgevers kochten voor een habbekrats zijn werken op. Maar het is ook bekend dat Schubert een hekel had aan zakelijke beslommeringen. Een paar centen voor z’n natje en droogje schenen voldoende te zijn voor de componist.

Schubert had de gewoonte om eerder gecomponeerde melodieën later opnieuw te gebruiken in een ander werk. In het Strijkkwartet in a mineur uit 1824, het Rosamundekwartet, gebruikte Schubert een thema uit een deel van zijn eerder geschreven orkestwerk Rosamunde. Andere voorbeelden zijn: Der Tod und das Mädchen en het Forellenkwintet. Reeds als jongen van amper vijftien jaar schreef Schubert strijkkwartetten. Dit soort huismuziek (kamermuziek) voerde hij samen met zijn broers en vader uit. In totaal zou hij zo’n twintig strijkkwartetten componeren. (Zie het archief).

Strijkkwartet in a mineur D 804, het Rosamundekwartet (1824), is ondanks enkele vrolijke passages een droefgeestig werk. Schubert schreef in zijn dagboek: ‘Alles wat ik tot nu toe gemaakt heb, is een product van mijn muzikaliteit en mijn treurige bestaan.’ Met name het tweede deel, het andante is zeer populair. Het betreft enkele variaties over een thema uit zijn toneelmuziek Rosamunde.

De toneelmuziek Rosamunde D 797 was gebaseerd op een verhaal van ene prinses von Chézy. Van origine heette het stuk Die Zauberharfe. Toneel en muziek gingen in 1823 in Wenen in première. Het toneelstuk werd bekritiseerd als ronduit slecht, doch voor de muziek van Schubert had men een aardig woordje, al zou het reeds na een paar maanden uit de orkestbak verdwijnen. Thans wordt de Ouverture uit de toneelmuziek Rosamunde nog dikwijls uitgevoerd.

bron: klassiekemuziek.tv: http://klassiekemuziek.tv/schubert-rosamunde/