Locatie: Diaconessenkerk Arnhem Noord

Tijd: 15:00 uur

PROGRAMMA

  • Mendelssohn –  Ouverture zum Märchen von der schönen Melusine
  • Debussy – Childrens Corner Suite
  • Mozart – Sonate 11 thema eerste deel
  • Reger – Mozart variaties

Lees hieronder verder voor meer informatie over het programma.

Variaties op een thema van Mozart opus  132
Max Reger  1873-1916

Reger was van beroep dirigent en componist, maar ook pianist en organist. Daarnaast was hij  hoogleraar aan de Universiteit van Leipzig.
Reger schreef in 1914 Variaties en Fuga op een thema uit een bekende  pianosonate (KV 331)  van W.A. Mozart voor symfonieorkest (opus 132).
Het is een prachtig, gevoelig werk, een breed uitgesponnen, dromerige fantasie. Nadat  het thema in zijn geheel klinkt volgen 8 variaties. Het thema wordt op zijn kop gezet en in een tegenbeweging getoonzet. Soms is het thema nauwelijks nog herkenbaar. De monumentale fuga  heeft twee thema’s; daartussen  verschijnt telkens het  variatie thema. In een  majestueus, langzaam slot wordt dit thema met het  fuga thema verenigd.

Ouverture Zum  Märchen von der Schönen Melusine op.32 (1834)
Felix  Mendelssohn (1809-1847)

Mendelssohn was naast vroeg-romantische componist ook pianist, organist en dirigent.
Melusine is een vrouw die voorkomt in tal van middeleeuwse volksverhalen. Het kernverhaal is dat de fee Melusine trouwt met een ridder, maar daarbij een voorwaarde stelt. Hij mag haar  niet naakt, of op een bepaalde dag zien. Zij schenkt hem aanzien en rijkdom, maar verdwijnt als hij het taboe doorbreekt. De vorm van de sage verschilt, soms verdwijnt Melusine als de afspraak werd geschonden, soms verandert ze in een slang. Altijd volgt ellende voor de ridder. Twee basisideeën liggen aan deze sagen ten grondslag Enerzijds de demonisering van het fabelwezen, anderzijds wilde men met deze verhalen de mythische en bovenmenselijke oorsprong van de adellijke geslachten oppoetsen. Het thema is steeds: goed moreel gedrag wordt beloond, het schenden van morele principes wordt bestraft met verlies van geluk en voorspoed.

In deze  ouverture vertelt Mendelssohn geen verhaal, maar schildert in rustige klanken het  rivierbeeld (de  Rijn): een weerspiegeling van het sprookjesleven, waarover hij als romanticus graag  fantaseerde. Hij borduurt op logische wijze voort op het hoofdmotief, zonder allerlei variaties  in te brengen. Het begin van deze  ouverture en die van de  Rheingold (R Wagner)  vertonen duidelijke overeenkomsten. Mendelssohn was een poëtische componist met een groot talent in het verklanken van mooie colorieten.

Children’s Corner
Claude  Debussy (1862-1918)

De  vernieuwende en inspirerende rol van Debussy is onomstreden. Na zijn  eerste  melodische werken in de geest  van o.a  Gounod en  Fauré, ontwikkelde  hij vanaf 1992 een groot persoonlijk cachet.
Children’s Corner schreef  Debussy in 1908 voor piano, hij droeg het op aan zijn dochtertje Chou Chou. Het stuk is in 1911 bewerkt voor orkest door André Caplet. Debussy maakte met deze suite duidelijk, dat hij zich goed kon inleven in de kinderwereld, maar het stuk was in de eerste plaats bedoeld voor volwassenen. Debussy verwerkte zijn herinneringen  aan “de onschuldige jeugdjaren” in deze suite. De titels zijn in het Engels, want Chou Chou had een Engels kamermeisje, Dolly.

De suite  bestaat uit  6 delen:

  1. Doctor Gradus ad Parnassum: een geestig en spottend stukje, dat de vingeroefeningen  voor de  ochtend  laat horen (met een  knipoog naar de saaie etudemethodes van Clementi,die elke beginnende pianist moest oefenen).Gradus ad Parnassum betekent: stappen naar Parnassus, een hoge berg in Griekenland. Deze titel werd vaker gebruikt als referentie naar leerboeken waarin stapsgewijs voortgang wordt nagestreefd (in literatuur- of taalonderricht, muziek of kunst in het algemeen)
  2. Jimbo’s lullaby: een slaapliedje voor de olifant. De  ongelukkige  stappen van de  olifant zijn hoorbaar in de baslijn
  3. Serenade for the doll: een licht, gracieus  deeltje
  4. The snow is dancing: een mysterieus en impressionistisch werkje,  over  de vallende  sneeuwvlokjes, waar een kind naar staat te kijken. Met  lichte, naar beneden en boven gaande  loopjes worden de vlokjes gesymboliseerd.
  5. The little shepherd:  de herder wordt uitgebeeld met de (pan)fluit
  6. Golliwogg’s cake walk:  hier klinkt een Amerikaans populair danswijsje.

Bron: Muzikale omgang G.v. Ravenzwaay, Wikipedia

Debussy en zijn dochtertje Chou-Chou